Brigitte Raskin

werd in 1947 geboren in het Brabantse stadje Aarschot, waar haar vader vrederechter was. Ze studeerde in Leuven, waar ze eerst op kostschool zat en daarna aan de universiteit de richting moderne geschiedenis volgde. Ze maakte de woelige studentenbeweging van de jaren zestig mee en schreef voor het studentenblad Universitas.

In de jaren zeventig was ze vooral journalistiek actief, beroeps als redacteur van het progressieve weekblad de nieuwe, vrijwillig als hoofdredacteur van de nieuwe maand. Vanaf 1975 stond ze daarnaast als lerares geschiedenis voor de klas, eerst los in scholen in en om Brussel, daarna vast in het Koninklijk Atheneum Keerbergen. Ze huwde in 1974 met druiventeler Edgard Alsteens, woont sindsdien in Overijse, is moeder van drie en grootmoeder van twee kinderen.

In 1988 debuteerde Brigitte Raskin literair met Het Koekoeksjong, dat in 1989 werd bekroond met de AKO Literatuurprijs. Hierdoor aangemoedigd, verliet ze het onderwijs en werd fulltime schrijfster en bij gelegenheid columniste, reporter, recensente, jurylid. Een van haar volgende boeken, De Eeuw van de Ekster, met als rode draad het leven van haar oom Joseph, China-missionaris en oorlogsheld, stond in 1995 op de longlist voor de AKO Literatuurprijs. Hartenheer, over de zestiende-eeuwse Deense koning Christiaan II, verscheen in 2004 in de Deense vertaling Hjerterkonge. De historische roman De gestolen prinses draait om de vrouw van Christiaan II, een zus van keizer Karel die samen met hem opgroeide in Mechelen. In 2003 bezorgde Brigitte Raskin Leve mij, autobiografische teksten van Johan Anthierens (1937-2000), en in 2005 Ooggetuige, zijn journalistieke teksten. Recent publiceerde ze bij het Davidsfonds de historische studie De taalgrens, of wat de Belgen zowel verbindt als verdeelt.    

 

www.brigitteraskin.be

 

"